Praag heeft een groot plein met een gruwelijk verleden. Ijzeren kruisbeelden in het pleister herinneren aan de executie van 27 Boheemse adelijken na de verloren slag aan de Witte Berg op 8 november 1620, de zwartste datum in de Boheemse geschiedenis. Daarna namen de Habsburgers de macht in de Bohemen, het nationaal bewustzijn was voor 300 jaren zwaar beschadigd.

Het oude stadhuis, gebouwd in 1838, beleefde ook glansrijke tijden. De democratisch verkozen 'volkskoning' Georg van Podebrad gaf in 1485 de voorkeur aan de eenvoudigeambtsvertrekken in plaats van de burchtpracht, en regeerde er. Nadat het gebouw de oorlog heelhuids was doorgekomen, werd de oostelijke vleugel drie dagen voor het einde van de Tweede Wereldoorlog toch nog verwoest.


Elk uur wachten er voor het stadhuis vele bezoekers om de twaalf apostelen te zien. Zij verschijnen in het venster van het astronomisch uurwerk Orloj, in 1490 door Meester Hanus voltooid. De wethouders toonden niet bepaald hun dank, ze lieten hem door een gloeiend zwaard verblinden opdat hij geen gelijksoortige klok meer zou kunnen maken. Vanaf de 69 meter hoge toren heeft men een mooi zicht op het oude stadsgedeelte. Op de benedenverdieping is er een galrij met tijdelijke, avant-gardische tentoonstellingen ondergebracht.